| Transitieatlas | Niet ingelogd | Nieuw account | Inloggen

Groene denktank: Miljardensteun biobrandstof ineffectief

Introtekst: 
Overheidssteun aan biobrandstoffen loopt jaarlijks op tot €10 mrd. Dat levert geen economisch voordeel op, noch is het beter voor het milieu, stelt een rapport.
Hoofdtekst: 

Volgens een rapport van het International Institute for Sustainable Development (IISD), een internationaal onderzoeksinstituut voor duurzame ontwikkeling, gaf Europa in 2011 tussen de €9,3 en €10,7 mrd aan de biobrandstofindustrie. Deze overheidsgelden lagen 60 procent hoger dan de private investeringen in biobrandstof. Ondersteuning door de overheid slaagt er dus niet in om geld uit de markt aan te trekken, concludeert het instituut.

“We weten al dat biobrandstoffen het klimaat niet helpen, het rapport toont ook nog dat het de economie niet helpt, zegt Nuša Urban?i?, werkzaam bij Transport and Environment, een groene ngo die opdrachtgever was van het rapport.

Milieu-activisten zijn ook niet blij met de grote steun aan biobrandstoffen. Zij stellen dat er indirecte vervuiling ontstaat door de teelt van gewassen voor brandstof. “Sommige biobrandstoffen zijn nog grotere CO2-uitstoters zijn dan de fossiele brandstoffen die ze vervangen”, zei ook Connie Hedegaard, de Eurocommissaris voor Klimaat.

Lees verder op:

 

Apple stapt uit programma voor 'groene' certificaten

Introtekst: 
Apple gaat zijn producten niet langer ter goedkeuring aan bieden aan Epeat, een organisatie die 'groene' certificaten uitdeelt. Het is onduidelijk waarom de fabrikant hiermee stopt: eerder verkreeg het voor vele producten een Epeat-certificaat.
Hoofdtekst: 

Epeat maakte het nieuws zelf bekend op zijn website, waarbij de organisatie aangaf dat Apple niet langer zijn producten ter beoordeling aan zal bieden. Daarbij wil de fabrikant ook dat producten die al een Epeat-certificaat hebben gekregen van de lijst af worden gehaald. Tegenover The Wall Street Journal laat Epeat-ceo Robert Frisbee weten dat Apple zich niet langer in de voorwaarden van de organisatie kan vinden. Het bedrijf uit Cupertino wilde echter zelf geen statement geven, waardoor de exacte reden onduidelijk blijft.

Lees verder op:

 

Bedrijven maken eind aan onvergelijkbare ecolabels

Introtekst: 
Elk bedrijf dat wil laten zien dat het duurzaamheid serieus neemt, voert een keurmerk. Maar welk? De wildgroei aan ecolabels is al jaren enorm. Een consortium van 85 multinationals en universiteiten is hard bezig de bokken van de schapen te scheiden en werkt aan standaardisering.
Hoofdtekst: 

In principe kan iedereen een keurmerk opzetten. De initiatiefnemers van ecolabels zijn dan ook partijen die variëren van ngo’s, overheden, bedrijfsleven en universiteiten. Het probleem is dat iedereen daarbij ook zijn eigen richtlijnen kan opstellen, waar aanvragers aan moeten voldoen, zolang die natuurlijk niet in strijd zijn met de wet. Het grote verschil tussen de diverse ecolabels zit dan ook in de zwaarte van de eisen vertelt Boone. "Sommige labels stellen eisen die nauwelijks verder gaan dan de wettelijke vereisten, terwijl anderen veel verder gaan." Zo eist bijvoorbeeld het ene label ook externe controle, het andere label niet.

De enorme hoeveelheid milieukeurmerken is niet alleen voor de consument weinig transparant, wat natuurlijk ooit wel het doel was, maar de werking ervan gaat ook voor bedrijven verloren. Als het immers voor de consument onduidelijk is wat de statuur en de waarde van het ecolabel is dat je voert, dan kan je je als onderneming dus ook niet echt meer onderscheiden met een groen imago. Simpel gezegd: je geloofwaardigheid als 'groen' bedrijf staat op het spel.

Dat kan en dat moet anders zo moet het bedrijfsleven enige tijd geleden hebben gedacht. In 2009 werd op initiatief van Walmart een consortium van bedrijfsleven, ngo's en universiteiten opgericht in een poging eisen objectiever te maken en methoden te harmoniseren. Inmiddels hebben 85 multinationals zich aangesloten bij The Sustainability Consortium, waaronder giganten als Coca Cola, Bayer, Ahold en Tesco. Sinds vorig jaar doet ook Wageningen als Europese partner mee aan het consortium. “Het consortium is een uniek concept op wereldschaal waarbij de ontwikkeling van een wereldwijde standaard wordt gefinancierd door het bedrijfsleven zelf”, aldus Boone die sinds 2011 de directeur voor Europa is van het consortium.

De bedoeling van het consortium is overigens niet om zelf weer een nieuw keurmerk of label te ontwikkelen, maar om te komen tot gestandaardiseerde vragenlijsten. Die moeten het voor retailers makkelijker maken de duurzaamheid van alle producten te beoordelen, niet alleen producten met een label en zo te kiezen voor bepaalde leveranciers. Of en hoe de supermarkten dat naar hun klanten communiceren, moeten ze zelf bepalen. “Inkopers in retail zitten soms met hun handen in het haar. Je moet je voorstellen dat enorme bedrijven als Walmart werken met honderden zo niet duizenden leveranciers, die ze allemaal moeten controleren op hun duurzaamheid. Daar gaat enorm veel tijd in zitten om de juiste informatie boven water te krijgen.”

Lees verder op:

 

Bewustwording belangrijk in duurzame keten

Introtekst: 
Het Business Social Compliance Initiative (BSCI) - het grootste wereldwijde initiatief van bedrijven die zich inzetten voor betere arbeidsomstandigheden in de internationale productieketen - liet onder haar 152 Nederlandse deelnemers een onderzoek uitvoeren naar de behaalde resultaten, struikelblokken en toekomstverwachtingen bij het realiseren van een duurzame productieketen.
Hoofdtekst: 

Veel bedrijven hebben toeleveranciers in China, India, Turkije en Bangladesh. Uit het onderzoek blijkt dat het ‘gebrek aan veiligheid, gezondheid en hygiëne’ (25%) de voornaamste sociale kwestie is in de risicolanden waarin ze opereren, gevolgd door ‘geen invoering van een maximum aan werkuren en overuren’ (24%) en ‘gebrek aan milieubescherming’ (14%).

Lees verder op:

 

Final draft ISO 26000 goedgekeurd

Introtekst: 
In september is FDIS/ISO 26000 goedgekeurd. ISO 26000 is de internationale richtlijn voor maatschappelijk verantwoord ondernemen. De definitieve versie ISO 26000 wordt half november gepubliceerd.
Hoofdtekst: 

Op 12 juli is Final Draft International Standard/ISO 26000 (FDIS, resultaat van de op een na laatste stap in het ISO-proces) gepubliceerd. Op 12 september heeft in Oslo een laatste stemming plaatsgevonden. 93% stemde voor. Dit betekent dat de eis van minimaal 66% positieve stemmen ruimschoots bereikt is. Ook is voldaan aan de eis dat minder dan 25% negatief mag stemmen. In totaal brachten vijf landen een negatieve stem uit. Nu FDIS/ISO 26000 is goedgekeurd, kan de volgende stap gezet worden: de publicatie van ISO 26000. Naar verwachting wordt deze definitieve versie van ISO 26000 half november 2010 gepubliceerd.

Personal relationships

De verwachting was dat de Golfstaten een positieve stem zouden uitbrengen. Tijdens het laatste overleg in Kopenhagen over de Draft ISO 26000 werd hun belangrijkste bezwaar tegen de richtlijn weggenomen: gebruik van het begrip 'sexual orientiation'. In de concepttekst van de richtlijn staat een aantal voorbeelden op basis waarvan men niet mag discrimineren. Een daarvan is 'sexual orientation' waarmee onder meer de homoseksuele geaardheid wordt bedoeld. Deze term lag vooral bij de Islamitische landen zeer gevoelig en leek te leiden tot afwijzing van ISO 26000. In een aparte werkgroep is de term 'sexual orientation' besproken en uiteindelijk gewijzigd in 'personal relationships'.

(Bron: NEN)

Lees verder op:

 

Michael Braungart wil open C2C-register

Introtekst: 
Michael Braungart wil de kennis over cradle to cradle (C2C) niet langer bij zijn eigen bedrijf EPEA houden. De strenge en dure certificeringsprocedures waaraan C2C-projecten tot nu toe verplicht worden onderworpen om goedkeuring te krijgen, zijn een fout geweest, zei de C2C-grondlegger afgelopen woensdag in Amsterdam. Braungart pleitte voor een open register, waarin iedereen een C2C-project kan aanmelden om het vrij met anderen te kunnen bediscussiëren.
Hoofdtekst: 

Braungart was in Amsterdam voor de opening van een cradle-to-cradle-tentoonstelling in stadsdeel Oost-Watergraafsmeer. In zijn toespraak legde hij uit dat het systeem van certificering in de begindagen van cradle to cradle een noodzakelijk kwaad was. "Bedrijven hadden een label nodig om hun product in de markt te kunnen zetten. Zonder certificaat kom je als tapijthandelaar in de Verenigde Staten een gebouw niet in."

(Bron: MVONieuws)

Lees verder op:

 
Socials