| Transitieatlas | Niet ingelogd | Nieuw account | Inloggen

Leerlingen verduurzamen twee scholen van het Zernike College in provincie Groningen

Introtekst: 
De leerlingen van twee locaties van het Zernike College startten hun eigen adviesbureau om zo de beide scholen te adviseren welke duurzame maatregelen het kan toepassen.
Hoofdtekst: 

Uitdagende rol voor leerlingen

Het Zernike Montessori Junior College in Groningen en het Zernike Junior College in Haren hebben de ambitie om een duurzame school te worden. Om deze opgave te realiseren dagen de scholen hun leerlingen uit, om hen hierin te adviseren. De scholen geven de leerlingen (12 t/m 15 jaar) de opdracht om contacten te leggen met duurzame bedrijven in de omgeving. Het gaat om het opbouwen van samenwerkingsrelaties met organisaties, waarbij de school in het middelpunt staat. Het duurzaamheidconvenant legt een basis voor samenwerking die voor meerdere jaren resultaten gaat opleveren.

Speeddate met duurzame bedrijven

De leerlingen gaan aan de slag als adviseurs met een eigen bureau. Uiteindelijk moeten ze komen met een concreet voorstel, dat zowel aantrekkelijk als effectief weergeeft welke stappen ze kunnen zetten om tot een duurzame school te komen.

Voor het uitwerken van hun ideeën en adviezen overleggen de leerlingen met diverse bedrijven die uitgenodigd worden op school. Tijdens deze speeddate maken ze kennis met diverse duurzame bedrijven en leggen ze de eerste contacten om tot eventuele samenwerking te komen.

De bedrijven en experts die vertegenwoordigd zijn bij de speeddates:
* Installatiebedrijf Wolter en Dros;
* Schildersbedrijf De Vries;
* De Zaaister, biologische groothandel;
* P&P Projects, duurzame kleding en relatiegeschenken;
* BNL verlichting;
* Melle Koot, ontwerp en interieur (duurzaamste ondernemer 2010);
* Peter Bootsma namens Codin (Contactnet voor Duurzame Innovatie);
* Michiel Berger, Course Manager Center for Energy and Environmental Sciences RUG;
* Martin Velthuis, student Milieukunde;
* Ria Rademaker namens de Natuur en Milieufederatie Groningen.

Uiteraard zijn de leerlingen ook vrij om zelf bedrijven uit te nodigen en te benaderen.

Advies van leerlingen aan Zernike College

De leerlingen presenteren uiteindelijk hun prikkelende adviezen en innovatieve ideeën op het eindevenement op 28 april in het Hampshire Hotel te Groningen. Vanaf 18.45 zijn de genodigden welkom om dit evenement bij te wonen. Door een deskundig panel worden de beste adviezen gekozen om daadwerkelijk uit te voeren op de twee locaties van het Zernike College.

Aan het einde van de avond worden de beste adviezen per vestiging gehonoreerd met een bedrag van € 5.000,-. Het bedrag wordt symbolisch overhandigd aan leerlingen en directeuren van beide locaties door Guus Hoen van de provincie Groningen. Met het bedrag wordt een eerste stap naar een duurzame school gezet.

(Bron: LVDO Nieuwsflits)

 

Kaart duurzame initiatieven Drenthe gelanceerd

Introtekst: 
Op 14 april organiseerde de Natuur en Milieufederatie Drenthe een dinerbijeenkomst voor duurzame initiatieven in Drenthe. Deze bijeenkomst is de aftrap voor het nieuwe netwerk van duurzame initiatieven in Drenthe.
Hoofdtekst: 

In Drenthe gebeurt veel op het gebied van duurzaamheid: energiedaken, elektrische motoren, verpakking van biomaterialen, rijden op groen gas, passief bouwen, duurzaam recreëren noem maar op. Maar waar zitten deze initiatieven? En wie zijn er bij betrokken?

De Natuur en Milieufederatie Drenthe zet de initiatieven letterlijk op de kaart en organiseert inspirerende bijeenkomsten voor het netwerk van duurzame initiatieven. Op 14 april zijn verschillende presentaties gegeven vanuit het bedrijfsleven. Desso vertelde over zijn Cradle to Cradle aanpak, maar ook de Drentse bedrijven Watter en API deden hun verhaal. Tijdens een interview werd verkend wat organisaties als TCNN, Kamer van Koophandel, Syntens, AgentschapNL, CODIN en de provincie Drenthe voor bedrijven met duurzame initiatieven kunnen betekenen.

 

Groningse bouwers recyclen beton

Introtekst: 
Groningse aannemers, architecten, betonproducenten én ambtenaren slaan de handen ineen om de bouw duurzamer te maken. De eerste stap: meer gerecycled beton. Beton is een van de meest gebruikte bouwmaterialen. Mede door het transport van grind en zand, bestanddelen van beton, is het milieubelastend.
Hoofdtekst: 

Nu schrijven architecten steeds meer het gebruik van gebroken sloopbeton(betongranulaat) voor en geeft de gemeente voorlichting over de voordelen van kringloopbeton. Dit project is een van de eerste initiatieven om de Groningse bouwsector duurzamer te maken. “Het mooie van deze samenwerking is dat het voor alle partijen relatief kleine acties zijn die zonder beroep op subsidie en in korte tijd gerealiseerd kunnen worden, maar die bij elkaar een grote impact hebben”.

(Bron: Metro 11-11-2010)

Download de pdf hier, of lees verder op:

BijlageGrootte
101111_metro_-_betonketenoverleg_groningen.pdf202.11 KB
 

C2C-koplopersgroep "Cradlekring Noord" van start

Introtekst: 
Tijdens de Promotiedagen in Groningen start het nieuwe koplopersnetwerk "Cradlekring Noord". Deelnemers zijn 15 Noordelijke bedrijven met uitgebreide ervaring in duurzaam ondernemen en producten die de C2C-status benaderen. De deelnemers willen tempo maken met duurzame innovatie en zoeken elkaar op voor kennisuitwisseling en commerciële samenwerking.
Hoofdtekst: 

Deelnemers aan Cradlekring Noord zijn: Pezy (industrieel ontwerp, Groningen), Schilders de Vries (schilderwerken, Groningen, Drachten en Assen), DHV (ingenieursbureau, Groningen), Melle Koot (houten meubels, Groningen), Flim Architecten (Groningen), Van Gansewinkel regio Noord (Afvaldiensten en grondstoffenproductie, Drachten, Hoogeveen, Groningen en Ter Apel), Van Genne (drukkerij, Hoogeveen), Hunesus (adviesbureau, Borger), VDM (woningbouw, Drachten), Icopal (dakbedekking, Hoogkerk), Van Wijnen Groningen (bouw), Ecostyle (tuinproducten, Appelscha), Lefier Ontwikkelbedrijf (woningbouw, Groningen), Hempflax (vezelhennep, Oude Pekela), Groningen Seaports (havens en bedrijventerreinen, Delfzijl en Eemshaven).

Cradlekring Noord ontstaat op initiatief van Martin Smit, directeur van duurzaam adviesbureau Hunesus in Borger en medeoprichter en lid van de CODIN initiatiefgroep. Smit: "Cradlekring Noord is er voor de voorhoede van duurzame innovatie in het Noorden. De lat ligt dan ook hoog. Wie zich wil aanmelden moet uitgebreide ervaring hebben met MVO en duurzame innovatie, cradle-to-cradle hebben verankerd in zijn bedrijfsvoering en aantoonbaar projectmatig met de cradle-to-cradle principes aan de slag zijn. Alle deelnemers hebben een authentieke intentie richting cradle-to-cradle."

Alhoewel cradle-to-cradle het richtpunt is, is C2C-certificatie geen eis aan de deelnemers. C2C-merkeigenaar EPEA in Hamburg steunt echter het nieuwe Cradlekring Noord en adviseert bij de opbouw van het netwerk. EPEA kan via Cradlekring Noord ook eenvoudig worden ingeschakeld en bij productontwikkeling en certificatievoorbereiding.

Syntens gaat Cradlekring Noord begeleiden. Er wordt ingezet op de vorming van kennisclusters, op contacten met kennisinstellingen en gespecialiseerde partners, en op benutten van subsidiemogelijkheden. Syntensadviseur Pieter Diphoorn: "Duurzaamheid is een complex onderwerp waar veel kennis aan te pas komt, je doet het er niet zomaar even bij. Via Syntens kunnen deelnemers gemakkelijk in contact komen met andere pioniers, onderzoekers en specialisten. Dat geeft een vliegwieleffect."

"Cradle Kring Noord" was tot een jaar geleden de werktitel van CODIN. CODIN ontwikkelt zich inmiddels tot een breed netwerk voor alle bedrijven en instellingen die willen bijdragen aan een duurzame economie, het 'peloton'. Het nieuwe Cradlekring Noord spitst zich in dat verband toe op de koplopers, en krijgt daarmee een gidsfunctie in het Noorden en ook voor CODIN. CODIN-projectleider Peter Bootsma: "De totstandkoming van het koppel CODIN en Cradlekring Noord is een belangrijke stap voor duurzame innovatie in de regio. Ieder bedrijf en iedere instelling kan zich nu aansluiten, en voor de echte koplopers is er nu een doorgroei mogelijk naar een eigen platform en een eigen etalage."

De aftrap van Cradlekring Noord vindt plaats op woensdag 3 november, 16:30 bij de “KeiStand” (6203 t/m 6208) op de Promotiedagen in Groningen. Er wordt een samenwerkingsdocument ondertekend en er is gelegenheid om met de deelnemers kennis te maken. Christiaan Teule, adviseur bij de Natuur- en Milieufederatie Drenthe en lid van de CODIN initiatiefgroep: "Als CODIN steunen we dit nieuwe netwerk van harte. Het brengt versnelling in de beweging naar een duurzame economie, en biedt nieuwe mogelijkheden om duurzame ketens in het Noorden in beeld te brengen. Ik noem maar even vezelhennep, dat hier in de regio verbouwd wordt en aan een opmars bezig is als duurzaam bouwmateriaal. Daar zijn meerdere deelnemers van Cradlekring Noord bij betrokken.".

 

Eerste betonketenoverleg in Groningen

Introtekst: 
Bouwmaterialen kunnen duurzamer, om te beginnen beton. Met dit idee zijn donderdag 23 september zeven stad-Groningse partijen om tafel gaan zitten voor het eerste Groningse betonketenoverleg. De eerste actie is gericht op verwerken van sloopbeton in nieuw beton.
Hoofdtekst: 

Beton is na water het meest gebruikte product in de gemeente Groningen. Het lijkt een duurzaam materiaal, maar is dat ook zo? De winning van zand en grind kosten veel energie en gaan ernstig ten koste van het landschap. Bij de fabricage van cement en staal komt zeer veel CO2 vrij, en dan moet het nog getransporteerd worden. Duurzaamheid van beton is daarom een belangrijk onderwerp voor Groningen, dat graag duurzaamste stad wil zijn.

Bij de deelnemers aan het nieuwe betonketenoverleg zitten producenten, afnemers, advieseurs en recycelaars, en verder de gemeente, brancheorganisaties, beroepsonderwijs. Allemaal hebben ze een beleid van duurzaam willen zijn, maar ze hebben ook allemaal een beperkte speelruimte, gedicteerd door de markt, overheidsregelgeving, of budgetten. Met een ketenoverleg kiezen de partijen ervoor om ieder binnen de eigen marges een stapje te maken richting duurzaamheid. Dat wordt onderling goed afgestemd zodat het gezamenlijke effect versterkt wordt en permanent kan zijn. Tenslotte wordt voor de uitvoering een gezamenlijke invoerdatum afgesproken om elkaar niet tegen te werken en de communicatie over de aanpassing te vereenvoudigen.

De eerste actie waarop dit principe wordt toegepast is het vergroten van het marktaandeel van granulaatbeton in de gemeente Groningen. Granulaatbeton is beton waar geen grind in zit, maar in plaats daarvan kleingebroken sloopbeton. Voor de meeste toepassingen maakt dat geen verschil, je ziet het niet, het is even sterk en gaat net zo lang mee. Bovendien zit er een flink milieuvoordeel aan: het vermindert de bergen bouwpuin, het voorkomt dat het landschap verandert in zand- en grindgaten, en het scheelt een heleboel gesleep met materiaal.

In de stad lijkt deze slag gemakkelijk te maken. Recyclingbedrijven als Recycling Maatschappij Groningen en Oosterhof Holman liggen aan het Winschoterdiep, op slechts een steenworpafstand van de Betonmortel Centrale Groningen. Het granulaat dat ze maken kan dus zo naar de buren. De Betonmortel Centrale Groningen heeft op zijn beurt al sinds jaar en dag granulaatbeton in de aanbieding voor de aannemers, het is niet meer dan een druk op de knop. Ook de aannemers zijn best bereid een stukje om te schakelen naar granulaatbeton. Architecten, constructeurs en adviseurs idem, die willen het best in de bestekken zetten. Veel duurder of goedkoper dan 'gewoon' beton is het ook al niet.

Helemaal simpel is het echter niet. Dingen veranderen, dat gaat niet zo hard in de bouw, ook niet als het nieuwe product kwalitatief net zo goed is. En sloopbeton vindt ook nu al een goede toepassing: in de wegenbouw, als fundamentmateriaal onder asfalt en straatstenen. Daar is ook wel ander materiaal voor beschikbaar, maar dat heeft technische bezwaren. Juist hier blijkt de meerwaarde van het nieuwe betonketenoverleg: zonder overleg verandert er niets, en door het overleg ontstaat er nu bij alle partijen belangstelling om te experimenteren en dingen gezamenlijk aan te pakken.

Ketenoverleg van het soort dat nu opstart is een idee van het Contactnet Duurzame Innovatie Noord-Nederland (CODIN). De gemeente Groningen werkt hierin samen met de Kamer van Koophandel, Syntens, de Natuur en Milieufederatie en anderen. Jack van der Palen, stad-Gronings architect en voorzitter van het betonketenoverleg: "Een ketenoverleg kun je uitbreiden als Lego. Op een actie waar de mensen warm van worden stapel je gemakkelijk volgende acties. Verder kun je uitbouwen naar andere gemeenten want beton doen ze overal. Bovendien werkt het idee net zo goed voor meubels, auto's en kleding, het kan in principe met alles. Het is dus een praktische manier om te werken aan een duurzame economie."

Bij de opening van het overleg is Urgenda aanwezig, een landelijke stichting voor duurzame ontwikkeling. Urgenda was afgelopen week in de hele provincie op bezoek bij duurzame projecten. Van der Palen: "Het verhaal van dit initiatief gaat snel rond, we krijgen nu aanmeldingen uit de recyclingsector en van adviesbureaus. Maar er is ook nog een lange weg te gaan. De wil is er maar de praktijk is vaak weerbarstig."

Bij de opening van het betonketenoverleg neemt het gezelschap de proef op de som. Onder toeziend oog van ruim 30 gasten wordt bij BCG van granulaat, zand en cement 9 kuub mortel gemengd en in een betonauto gegoten, bestemd voor een vloer in een bouwproject. Een kruiwagen vol gaat in een gietvorm voor proefstukken. Een eerder uitgehard proefstuk wordt in de pers gedaan en zo zwaar belast dat het bezwijkt. De betonspecialisten zijn tevreden: granulaatbeton ruikt als nieuw en is zo sterk als een huis.

 

Cradle-to-Cradle certificaat goed voor omzetgroei

Introtekst: 
Een C2C-basiscertificaat blijkt voor veel producten haalbaar te zijn en levert ondernemers een flinke omzetgroei, maar voor veel kleine bedrijven is het op dit moment nog kostbaar. Dat werd duidelijk tijdens de workshop Atelier C2C certificatie, die op woensdag 22 september in Leek werd georganiseerd. Bijna vijftig noordelijke ondernemers en specialisten hebben zich die middag verdiept in certificatie van duurzame producten. De inleiding werd verzorgd door Cradle-to-Cradle specialisten van EPEA uit Hamburg. De opening werd bijgewoond door de Urgenda regiotour.
Hoofdtekst: 

Certificatie van duurzame producten is een onderwerp in opkomst. Er bestaan al tientallen keurmerken voor biologische voedingsmiddelen, fair trade producten, duurzaam bouwen, etc. Cradle-to-Cradle certificatie (C2C) van producten is één van de topmerken hierin, omdat het zware eisen stelt aan materiaalkeuze, energiegebruik, productieproces, ketensamenwerking en bedrijfsorganisatie. Uitgangspunt bij C2C-certificatie is dat een product na gebruiksduur milieuveilig composteerbaar is en als grondstofbron kan dienen voor nieuwe producten. Bedrijven die het certificaat mogen voeren, melden omzetstijgingen in dubbele cijfers. Er zijn wereldwijd al honderden producten met een C2C-certificaat, maar Noord-Nederland kent nog geen gecertificeerde producten.

Bonbons certificeren
De inleiders uit Hamburg, Erik van Buuren en Sonja Rickert-Kruglov, naaste medewerkers van grondlegger Michael Braungart, kregen voor aanvang van de workshop al een sprekerspresentje. Dagvoorzitter Peter Bootsma van CODIN daagde ze uit om eens uit te rekenen wat certificatie van de duurzame doos bonbons zou kosten, geleverd door bonbonatelier Schlaman in Groningen. Het antwoord, ruim 15.000 euro, viel het publiek niet mee. De discussie spitste zich toe op de vraag hoe die kosten omlaag kunnen. CODIN en enkele ondernemers gaan hierover in gesprek met EPEA.

Impuls
Het atelier werd georganiseerd door CODIN, het economie-brede Contactnet Duurzame Innovatie Noord-Nederland. CODIN is tevreden over de impuls die van de bijeenkomst uitgaat. In het verlengde van dit atelier wordt er met twaalf Noordelijke bedrijven verder gewerkt om de eerste C2C certificatie in de regio binnen te halen. Dit project wordt mede mogelijk gemaakt door de Noordelijke provincies vanuit het programma Leren voor Duurzame Ontwikkeling (LVDO). Het atelier wordt bij voldoende belangstelling herhaald, belangstellenden kunnen zich bij CODIN melden. Het atelier vond plaats in het informatiecentrum van Nienoord in Leek. Het centrum was door de gemeente Leek beschikbaar gesteld en de bijeenkomst werd geopend door wethouder Meindert Bouma. Leek heeft een actief duurzaamheidsbeleid wat onder andere heeft geleid tot de duurzaam gebouwde woonwijk Oost-Indie.

Bezoek van Urgenda regiotour Groningen
De opening van het atelier werd bezocht door de Urgenda regiotour Groningen. Urgenda is een landelijk werkende stichting die de transitie naar een duurzame economie wil versnellen, onder andere door duurzame projecten in de publiciteit te brengen.

Het CODIN-project "C2C-productontwikkeling", waar dit atelier deel van uitmaakt, wordt financieel mogelijk gemaakt door de provincies Friesland, Groningen en Drenthe in het kader van het programma "Leren voor Duurzame Ontwikkeling" (LVDO).

 

Hennep to house: hennepisolatie in woningen

Introtekst: 
De Natuur en Milieufederaties van Drenthe en Groningen zijn van start gegaan met het project Hennep to House. Met dit project zetten willen zij hennepisolatie als duurzaam bouwproduct op de Noord-Nederlandse kaart zetten.
Hoofdtekst: 

In de bouw wint het gebruik van duurzame bouwmaterialen aan terrein, maar naar de mening van de Natuur en Milieufederaties moet daar nog een tandje bij. Hennepisolatie is daarbij één van de veelbelovende materialen. Door met hennep te isoleren bespaart de woningeigenaar niet alleen energie. Bij de productie van het materiaal komt geen CO2 vrij (er wordt zelfs CO2 vastgelegd) en het is een regionaal product, verbouwd op eigen bodem.

Vezelhennep wordt in 2010 al op meerdere locaties in Groningen, Drenthe en Friesland verbouwd. De hennepplanten worden tot vezels verwerkt in Oude Pekela door het bedrijf HempFlax. Het produceren van de hennepisolatiematten uit deze vezels gebeurt op dit moment nog in Duitsland, maar wellicht in de toekomst ook vlak bij huis.

En dat is precies wat Hennep to House wil. Samen met Hempflax en diverse andere partijen wordt in de komende twee jaar het marktpotentieel van hennepisolatiemateriaal in kaart gebracht en krijgt de hele keten van dit lokaal geproduceerde, milieuvriendelijke isolatiemateriaal een duwtje in de rug.

(Bron: Natuur- en Milieufederatie Drenthe)

Lees verder op:

 

Nieuwe ‘Cradle to Cradle producten’ dankzij unieke samenwerking

Introtekst: 
Binnenkort start het nieuwe netwerk Contactnet Duurzame Innovatie Noord-Nederland (CODIN) met het unieke project Cradle to Cradle Productontwikkeling. Daarin ontwikkelen twaalf industriële bedrijven in de gemeenten Groningen, Leeuwarden, Emmen en Hoogeveen een duurzaam product volgens de principes van Cradle to Cradle. CODIN is een netwerk van noordelijke bedrijven, organisaties, overheden en kennisinstellingen. Het netwerk wil het marktaandeel voor duurzame producten en diensten in Noord-Nederland vergroten.
Hoofdtekst: 

Twaalf industriële bedrijven in de gemeenten Groningen, Leeuwarden, Emmen en Hoogeveen gaan binnen het project ieder hun productontwikkeling ombuigen in de richting van Cradle to Cradle (C2C). Daarbij is een belangrijk uitgangspunt dat alle afval volledig herbruikbaar is in een productieproces, of biologisch afbreekbaar is. De bedrijven kunnen het project afsluiten met een C2C-certificaat. De kennis die zij opdoen wordt met een grote groep bedrijven, overheden en kenniscentra gedeeld. De betrokken gemeenten, innovatiespecialist Syntens en C2C experts staan klaar om geïnteresseerde bedrijven te assisteren. Doel van het project is dat zo veel mogelijk bedrijven, adviseurs, kennisinstellingen en overheden in Noord-Nederland ervaring opdoen met duurzame innovatie, gericht op Cradle to Cradle. De provincies Groningen, Fryslân en Drenthe hebben 200.000 euro beschikbaar gesteld voor het project.

CODIN
Het contactnet Duurzame Innovatie Noord-Nederland (CODIN) coördineert onder meer het C2C-project en zorgt voor opbouw en een zo breed mogelijke verspreiding van praktische informatie over dit onderwerp. CODIN is een netwerk van bedrijven, organisaties, overheden en kennisinstellingen dat gestart is op initiatief van negen organisaties: de Kamer van Koophandel Noord-Nederland, de gemeenten Groningen en Leeuwarden, Syntens, de drie Natuur- en Milieufederaties in het noorden, TechnologieCentrum Noord-Nederland en adviesbureau Hunesus. Door als partijen samen te werken, wil CODIN het marktaandeel voor duurzame producten en diensten in Noord-Nederland vergroten. Inmiddels hebben enkele tientallen bedrijven en organisaties zich aangesloten bij CODIN.

Aanmelden
De projectaanpak van C2C-productontwikkeling is ontwikkeld door CODIN, Syntens en de vier gemeenten. Syntens begeleidt de bedrijven bij het inzichtelijk maken van duurzame innovatiekansen en de vertaling daarvan naar nieuwe omzet. Syntens helpt ook bij het inschakelen van C2C specialisten. Industriële bedrijven in de gemeenten Leeuwarden, Groningen, Emmen en Hoogeveen die geïnteresseerd zijn in het Cradle2Cradle project, kunnen contact zoeken met de gemeente, Syntens of de Kamer van Koophandel. Informatie over CODIN en het C2C-project is te vinden op:

 

Cradle to cradle stand op Bedrijvencontactdagen Drenthe

Introtekst: 
Is duurzame innovatie een trend, een must of een kans? Deze vraag wordt tijdens de Bedrijvencontactdagen Drenthe (BCDD) op 13 en 14 april beantwoord door een 6-tal koplopers op gebied van duurzame innovatie in Noord-Nederland.
Hoofdtekst: 

Zes bedrijven presenteren zichzelf en een aantal Cradle to Cradle geïnspireerde projecten in een grote kartonnen doos van 6x6x6 meter. Innovatienetwerk Syntens en Contactnet Duurzame Innovatie Noord- Nederland (CODIN) maken het thema compleet.

De zes bedrijven zijn:
- DHV Advies- en ingenieursbureau
- Flim Architecten Architectenbureau
- HempFlax Producent en verwerker van industriële Hennep
- Hunesus Adviesbureau Duurzame Innovatie
- Melle Koot Ontwerpstudio
- Schilders de Vries Renovatie en onderhoud vastgoed

 

Den Haag zet rem op Energy Valley

Introtekst: 
Artikel in DvhN naar aanleiding van presentatie Han Brezet in SER Noord-Nederland: Noordelijke ambities stranden op inflexibel beleid.
Hoofdtekst: 

Het lukt niet om het Noord in Den Haag te presenteren als één regio voor nieuwe ontwikkelingen op gebied van energie en duurzaamheid. De Noordelijke ambities om de regio te profileren als Energy Valley dreigen te stranden op het onvermogen om dit soort overkoepelende plannen in te passen in bestaande (subsidie)regelingen.

(Bron: DvhN)

CODIN wordt in de tekst niet genoemd maar de bevindingen van de initiatiefgroep zijn eerder aan Han Brezet doorgegeven en klinken hier door.

BijlageGrootte
20091017 DvhN - Den Haag zet rem op Energy Valley - Han Brezet - SERNN.720.JPG340.67 KB
 
Socials